Heksenjong

Heksenjong, dagboekfragment:

Moederliefde
Vroeger, toen ik klein was, vond ik een ander kindje soms x91stomx92. Mijn moeder zei dan dat hoe x91stomx92 ik een ander kindje misschien ook vond, dit kindje had wel een vader en moeder die van hem of haar hielden. Ik wist nog niet precies hoe ik dit moest interpreteren of wat vader- en moederliefde inhield, maar ik begreep wel dat x91iemand stom vindenx92 niet zo eenvoudig lag en dus probeerde ik altijd het goede van mensen in te zien. Ik ben geen heilige natuurlijk, maar de les van mijn moeder is me wel altijd bijgebleven en over het algemeen probeer ik iemand niet zomaar x91stomx92 te vinden x96 al kan ik x91stom zijnx92 momenteel wat genuanceerder voor mezelf omschrijven dan vroeger natuurlijk.

Gisteravond bezochten we een opera, x91Waiting for the Barbariansx92 geschreven door Philip Glass naar de gelijknamige roman van John M. Coetzee (Nobelprijswinnaar). x93Het thema van Waiting for the Barbarians is de universele strijd tussen onderdrukkers en het verzet. De regering verlangt van een hoge ambtenaar, de Magistraat van een grensstad, dat hij de minderheid, de barbaren, vervolgt. Zijn weigering hiertoe leidt tot een intrigerend verhaal. De opera sluit nauw aan bij de oorlog tegen het terrorisme, de angst voor het onbekende en gewetensconflicten. Voor Philip Glass is de opera een kritisch pamflet tegen de regering van president Bush en zijn ‘War against Terror’.x94 (fidelio opera)
De opera schijnt in Amerika verboden te zijn om deze reden.

Sommige scenes waren behoorlijk confronterend: beschrijvingen van gruwelijke folteringen of een slowmotion beeld van een geblinddoekte man die met een knuppel keer op keer werd neergeslagen bijvoorbeeld. Het meest raakte me het verhaal van het barbarenmeisje dat uit de doeken deed wat voor folteringen zij had ondergaan en dan vooral omdat zij vertelde dat haar vader machteloos had moeten toekijken en niets kon doen om zijn dochter te redden. Dit was een verhaal, een opera, maar wie de nieuwsberichten volgt weet dat dit soort mensonterende praktijken aan de orde van de dag zijn x96 wie herinnert zich niet de krantenfoto van de Irakeese vader met zak over zijn hoofd, armen op zijn rug gebonden en een klein peutertje aan zijn zijde. Hartverscheurend…

En nu word ik straks moeder. Ik heb aanstaande moeders weleens horen vragen x91maar wat is dat moedergevoel dan?x92, maar ik begin met de dag meer te begrijpen, ook al is ons kindje nog niet geboren, wat voor intens gevoel dit is. Het ultieme oer-gevoel van tederheid, liefde en beschermingsdrang veroorzaakt door hormonen maar ook door het besef van het wonder van de schepping dat zich in dit lichaam voltrekt. De schepping niet langer een mystiek en abstract idee maar een proces, heel tastbaar en duidelijk aanwezig als een klein wezentje in mij dat zich voorbereidt op een mensenleven.

Van nature ben ik een pacifist, ik gruw van geweld maar tijdens de opera gisteren kreeg dit een nieuwe dimensie ingegeven door het beeld van de vader die moest toezien hoe zijn dochter mishandeld en beschadigd werd door geweldadige idioten. De vader die zag hoe zijn allerliefste scheppingswonder zo bruut en zo respectloos letterlijk de vernieling in geholpen werd.

Maar ik zal mijn kindje dezelfde boodschap meegeven als mijn moeder mij meegaf: Hoe stom je iemand soms ook vind, hij of zij heeft een vader en een moeder die van dit mens houden….

10 October 2006
By on 13:27
Update

Veel nieuwe columns, foto’s en andere creatieve uitspattingen voor de geinteresseerden in een alternatief verhaal over een alternatieve mama en papa en spe op

www.heksenjong.beebiesite.nl

Tot ziens en Veel plezier

Barbara


By on 13:14
Verhuist

Inmiddels ben ik ruim 3 maanden zwanger en heb ik mijn schrijfwerkzaamheden op dit web-log even gestaakt. Op http://heksenjong.beebiesite.nl/ ben ik verder gegaan. Uiteraard staan de meeste teksten op deze site in het teken van de zwangerschap.

11 June 2006
By on 11:08
Mijmering

Door het slechte wegdek voelt de busrit als een pretpark attractie. Het voertuig hobbelt en bobbelt en ik word met de minuut misselijker. Iemand vertelde me ooit dat de beste remedie tegen misselijkheid is je te focussen op een bepaalt vast punt voor je.

Het licht van buiten zorgt voor een zachtroze gloed. Ragfijne adertjes schijnen door de huid en de rimpeltjes achter het oor verraden de hoge leeftijd van de grijze man voor me. Het is een vreemd soort intimiteit die ik gewaar wordt. Het grote oor, de grijze haren – achterover gekamt – de stoppeltjes in de nek die verdwijnt in een grote kraag van een dikke winterjas, op nog geen 30 centimeter afstand. Zou iemand op deze afstand recht voor me staan dan zou ik me ongemakkelijk hebben gevoeld, ja bedreigd zelfs in mijn persoonlijke ruimte. Maar omdat ik geen oogcontact maak blijft er ondanks de geringe afstand tussen ons toch voldoende ruimte om de man anoniem te observeren.

Hij staart uit het raam waardoor het linker glas van zijn bril zichtbaar wordt. Een fijn, zilverkleurig montuur rust op een rimpelige wang. Zijn oog kan ik net niet zien. Met mijn ogen heb ik uitzicht op de wereld door de bril van de oude man voor me. Het is alsof mijn ogen de zijne worden en ik zie wat de man ziet.
Het is een drukke en chaotische wereld. Een smal groenstrookje met wat bomen scheidt de parallelweg, waar de bus zich bevindt, van de drukke snelweg. Wanneer je goed luistert dan is het alsof de weg zingt…..het geruis van de individuele auto versmelt met het geluid van de overige auto’s en de stoplichten bepalen het ritme en de grootte van de voertuigen bepalen de bastonen. Het is een kleurrijke en schijnbaar oneindige sliert van beweging. Per auto, twee ogen strak gericht op de weg. Handen omklemmen sturen. Monden bewegen, ook wanneer men alleen in een auto zit. “Men praat tegenwoordig zoveel”, denkt hij. Door het monotone ritme waarin de slang van auto’s zich zich beweegt lijkt iedereen de weg kwijt. Niemand lijkt zijn eigen route meer te bepalen…dat doet de Slang. “Waarheen toch?” vraagt de man zich af.
De parallelweg lijkt het domein van het grote vrachtvervoer. Als reuzen denderen ze op dit tijdstip, het einde van de dag, in een onafgebroken rits langs de bus, waarvan de ramen telkens wanneer er weer een voorbijkomt trillen.
Hij herinnert zich een zonnige lentedag in het jaar 1939, 13 jaar was hij en hij bevond zich ongeveer op dezelfde plek als waar nu de bus stond. De wind verwaaide het hoge gras in het weiland aan de overzijde van het weggetje zodat tientallen schakeringen groen een spel speelden met de zon over het veld. In de verte een kerktorentje, een boerderij, een boer met kar. Met een schepnetje ving hij kikkerdril uit de sloot.
Zijn hoofd leunt nu melancholiek tegen het raam en zijn ogen proberen de snelheid van de wereld te volgen. Vermoeid heft hij zijn ogen op naar de blauwe hemel. Daar ziet hij elke minuut een vliegtuig de lucht ingaan. Toestellen van tonnen staal die schijnbaar gewichtloos zweven in de lucht en mensen in luttele uurtjes naar de andere kant van de wereld brengen. “Wonderbaarlijk…” Hij heeft nog nooit gevlogen.

De wereld was stiller toen. Hij zegt niet dat het beter was, het was gewoon anders. Het tempo waarin de dagelijkse dingen hun gang gingen lag anders. Men ging niet zover van huis. De wereld was kleiner toen. Voor de moderne mens schijnbaar onbelangrijke zaken – gaat het regenen of niet? – waren relevant. Hij zegt niet dat de wereld nu oppervlakkiger is dan toen. Maar de oppervlakte van toen ging gewoon dieper….

Het rode licht springt op groen. De bus hobbelt en bobbelt verder over het oude wegdek en de oude man vergat bijna zijn bestemming tot een vogel zijn aandacht trok. Een kraai, zijn buik was zwart, de rug was wit. De man glimlacht……

21 April 2006
By on 14:33
Even tussendoor

Laat mij het liefste voor je zijnWarmte als de koude fluistert Licht als het duister schijntLaat mij de enige voor je zijnKleur als het zwart domineertZoete geur van herinneringLaat mij jouw hart zijnEn ik schenk je leven wanneer de wereld sterft


By on 13:09
Inspiratie

Hoe nobel was mijn voornemen om dit weblog nauwkeurig bij te houden. Ik zag het al helemaal voor me: elke dag zou de inspiratie via ergens van boven door mijn arm uit mijn hand vloeien. De meest fantastische verhalen zou ik schrijven en over een half jaar zou ik mijn eerste boekje uitgeven waarvan er in no-time duizenden verkocht zouden worden. Natuurlijk zou ik een uitnodiging ontvangen voor het Boekenbal en daar gepresenteerd worden als nieuw talent.
Maar in plaats daarvan ondervind ik al na vier tekstjes mijn eerste writersblock en lijkt mijn gouden toekomst hiermee behoorlijk in duigen te vallen.
Ik probeer erachter te komen waar inspiratie vandaan komt. Waarom zie ik gedurende bepaalde periodes de wereld om mij heen scherper dan de andere keer? Ik ben toch altijd steeds dezelfde? Maar de inspiratie lijkt niet te vangen. Voor het tijdschriftje Brandhout schrijf ik regelmatig columns. Deze moeten voor een bepaalde deadline af zijn maar meestal schiet de tekst pas na veel hersenkraken, steunen, zuchten en vloeken, op het allerlaatste moment uit mijn pen. Maar…dan hoef ik er ook niet meer over na te denken. Het is dan puur een kwestie van ‘de pen pakken’, mezelf openstellen en ….ploef…. binnen een uur staat alles wat ik zeggen wilde op het digitale papier. Vervolgens kom ik uit mijn ‘trance’, lees ik het stuk na en verwonder mezelf oprecht over waar ik de teksten vandaan heb gehaald.
Een aantal jaren heb ik Flamenco gedanst en heb ik geleerd dat het hoogste streven is om ‘Duende’ te bereiken. De ‘Duende’ is een geest die op een bepaald ogenblik bezit van je neemt. Als danser of muzikant wordt je op dat moment het instrument van de Duende die de muziek van je overneemt. Op dat moment zal je het ook als publiek merken: kippevel op je huid, misschien moet je huilen, op welke wijze het zich ook uit, de Duende laat niemand onberoerd. Het is het moment waarop twee tegenstrijdige emoties elkaar vinden en samenvloeien tot een geheel. Verdriet en geluk. Woede en vreugde. Dit samenkomen van de tegenstrijdigheden veroorzaakt een bijzondere energetische trilling die zich door de lucht lijkt te verplaatsen en waardoor je geraakt kunt worden wanneer je in de buurt ervan bent.
Met schrijven is het net zoiets. Of de Geest neemt bezit van me en de verhalen vloeien uit mijn pen of er gebeurt helemaal niets. Wanneer het precies gebeurd is nooit te bepalen en evenmin valt te bepalen hoelang de Geest blijft. Dat kan varieeren van een uur tot een week. Op dit moment dus helaas geen Geest….

18 April 2006
By on 10:42
Ter afwisseling

Spin in ragfijn webIn het duister uitgelichtMiniem de trilling

***************************

De vogel floot nog
Maar geketend in zijn kooi
Verwaterde de klank

***************************

Ogen geloken
Speels en zacht de lange staart
Maar wee haar klauwen

Haiku’s, 2005

9 April 2006
By on 17:47
Observatie

Galmende omroepberichten in de hal, druk geklets van vrouwen die nimmer voldoende tijd lijken te hebben om elkaar alles te vertellen wat hen op het hart ligt, naderende voetstappen – pumps – gaan voorbij en het geluid sterft weer weg in de verte, het geluid van gierende remmen op stalen rails, het schelle fluiten van de conducteur….in al die drukte lijkt die ene man de enige mens ter wereld. Alles lijkt aan hem voorbij te gaan. Zijn blik is gericht op ergens een plek in de ruimte die niemand met hem delen kan. De uitdrukking in zijn gezicht is neutraal. Niet verveeld, niet vrolijk, niet geinteresseerd, nee, volkomen uitdrukkingsloos. Hij zit op een van de vele zwarte rasterbanken die het station rijk is. Ondanks het feit dat de bank verder leeg is zit hij, heel bescheiden, op het rechter uiteinde ervan met zijn billen net op het randje van de bank, alsof hij bang is teveel ruimte voor zich in te zullen nemen. Zijn knieeen zijn stevig tegenelkaar geklemd terwijl zijn voeten, met de punten van de schoenen naar elkaar wijzend, uit elkaar op de stationsvloer zijn geplaatst. Tegen zijn broek, waarin een onberispelijke vouw – heeft hij deze zelf erin gestreken deze ochtend? – leunt een zwarte actentas. Plots komt de man in actie. Langzaam en beheerst gaat zijn linkerarm naar beneden, naar de tas, opent hij met zijn smalle witte hand het slotje, en haalt uit de tas een kleurloos tupperware bakje en een pakje vruchtendrank. Ik stel me voor dat het tupperware bakje er een is uit de collectie van zijn vrouw. Eens in de maand hielden zij en haar vriendinnen een tupperware party die pas geslaagd was als ze weer een uniek plastic exemplaar kon toevoegen aan haar nimmer eindigende collectie. Vroeg in de ochtend staat vrouwlief op om de boterhammen voor haar man te smeren en verpakt in een broodzakje in het tupperwarebakje van de dag -voor elke dag een ander bakje- op te bergen.
Weloverwogen wordt dit alles op zijn schoot gezet en sluit hij zijn tas weer. Gedurende deze hele handeling heeft er in zijn gelaat geen spier bewogen, zijn levenloze blik is nog steeds gericht op het oneindige. Hij ontdoet het sappakje van het kleine plastic zakje waarin het rietje zit, scheurt dit open en steekt het rietje in het pakje en klemt dit tussen zijn buik en het broodbakje. Hij opent het broodbakje, zet het pakje sap erin en haalt de zak met boterhammen eruit, pakt een boterham en neemt een hap. Een bescheiden hapje van de rand van de bruine boterham. Zijn brede kaak maalt langzaam, om en om en om, hij slikt en neemt nog een hap. Alsof niets anders ter wereld ertoe doet.
Opnieuw de schelle fluit van de conducteur. Mijn trein staat klaar voor vertrek. De observatie van de broodetende man heeft mij triest gemaakt. Hij leek de belichaming van ‘de Eenzaamheid’ en er was niets of niemand die daar verandering in brengen kon.
Langzaam zet de trein zich in beweging. In gedachten wens ik de man geluk.

6 April 2006
By on 19:30
07:01

Elke ochtend hetzelfde ritueel. De wekker gaat af, 07:01, mijn gezicht vertrekt zich in een ongemakkelijke en nukkige grimas wanneer vanuit de verte de gedachte als een stoomlocomotief nadert en vervolgens mijn hoofd binnendendert: OPSTAAN! Werk te doen, veel werk te doen, geen tijd te verliezen, snel, snel, snel…zucht…. Als de impuls er al was om wakker te worden dan is deze gelijktijdig met die gedachte net zo snel weer vertrokken. Nog heerlijk duister in de kamer, dicht tegen het warme lijf van mijn lief in mijn knusse antieke ledikant. Zo’n ‘woonbed’ dat met een beetje fantasie via het raam de kamer uitvliegt, tijd en ruimte achter zich latend, terwijl ik met P, samen gewikkeld in een kleurige patchwork-deken, over de rand van het bed kijk en als een piepklein groenig vlekje ergens lichtjaren beneden mij, de aarde langzaam zie verdwijnen. We dobberen rond in een zalige zee van eeuwigheid, geen wekkers, geen werk, geen gehaast, geen moeten, alleen maar gelukzalig zijn en intens liefhebben.
…..Beeep! Beeep! 07:10. Opnieuw is het de wekker die me wreed uit mijn droomwereld sleurt en ruw neerkwakt in de realiteit van mijn Amsterdams bestaan. “Ding-dong! De intercity naar Nijmegen komt over ongeveer 5 minuten aan op spoor 1″, plus een x aantal variaties op dit verhaal in andere talen, galmt door de stationshal. Elke ochtend opnieuw neem ik mij voor om me niet te laten opfokken door de tijd, en elke ochtend opnieuw wordt de jager in mij wakker zodra ik het station binnenloop. Ik moet en ik zal de eerste de beste trein halen! Ik red het wel! De eerste paar meters over de koele tegeltjes van de entree loop ik beheerst, rechtop, ik probeer rustig te kijken en de wereld en de mensen om mij heen in me op te nemen. Ik ruik koffie, parfum. Ik voel zuchtjes wind wanneer mensen mij gehaast passeren. Ik probeer blikken van tegenliggers te vangen, maar elke blik die de mijne op mijn weg kruist lijkt heel ver weg en op de schouders van elke passant zit hij, gehuld in grijze mantel en een valse grijns op zijn bebaarde gezicht. Het is zijn blik die ik vang. Hij, die iedereen lijkt te beheersen. Wie goed kijkt ziet dat hij een hengeltje voor de mensen uit houdt, en aan dit hengeltje zit het lokaas dat ieder mens in deze westerse wereld wat harder doet lopen…een glimmende munt!
Ik mag hem vader noemen. Vader Tijd. En als ik mijn blik dieper in die van Vader Tijd boor voel ik me als een recalcitrante puber die obstinaat probeert de grip van Vader te ontworstelen en gelijkertijd besef ik dat dit proces weleens jaren kan gaan duren. Maar vastberaden ben ik: Niet langer wil ik mijn leven laten leiden door mijn Vader Tijd. Nee, het wordt nu tijd om zelf te bepalen hoeveel uren er in een dag gaan en hoeveel minuten in een uur!
Mijn trein vertrekt over 2 minuten en ik ren richting het perron….

5 April 2006
By on 15:34
Een nieuw begin

De harde westenwind stuwt de wolken met een enorme vaart voorbij. Het is lente en het is alsof de wind hiermee de hemel schoonmaakt, klaar voor het nieuwe leven, het nieuwe licht en de nieuwe kleuren. Deze schoonmaak was wat mij betreft wat al te grondig omdat letterlijk een leven werd weggerukt…
Het was 19 maart, zondag. Langzaam zakt de zon weg tussen de wolken in de grauwe zee. De lucht is somber, her en der echter een sliert fel oranje uitwaaierend in geel en restjes lichtblauw. De golven ruisen en slaan in een gelijkmatig ritme zachtjes stuk op het strand, waar kleine witte strandlopertjes schijnbaar heen en weer rollen om allerlei eetbaars uit het water te vissen. Bij elke stap die ik zet op het natte zand nemen de kleuren af. “Stop!” Hoor ik na een flinke tijd achter me roepen. De plek is eindelijk gevonden en dit specifieke stukje strand wordt voor het moment door ons toegeeigend, het stenen mes verdwijnt in het zand en ook de paal wordt ernaast in de grond geboord. Ondanks de vrolijke en speelse associaties die de lente bij de meeste mensen oproept, is de aankondiging van deze lente een andere, zwaarder, serieuzer en dreigender. Iedereen is stiller dan anders, de meeuwen schreeuwen dit keer niet en zelfs de wind is stiller dan de voorgaande vieringen.
Wanneer ik met de rug naar de mensen toesta, en mijn blik richt op het oneindige rijk van water, wolken en lucht, besef ik opnieuw hoe nietig ik, mens, ben. Gelijk een mier. In mijn hand een kwetsbaar ei. De schaal van het ei zal breken wanneer ik mijn hand iets te stevig samen zou knijpen, terwijl onder de zachte, warme druk van moeder kip een nieuw levend wezentje tot ontwikkeling kan komen. Warmte en druk, dood of leven. In dit moment van stilte en samenzijn met het schuim aan mijn voeten, zandkorrels onder mijn laarzen, de wind in mijn haar, eeuwig rollende golven en het spel van de wolken aan de nu bijna duistere lucht, verzamel ik alle kracht en moed die nodig zal zijn om de komende tijden door te komen, al weet ik op dat moment nog niet wanneer en waarom. Hoe zwaar dan ook, ook deze lente luidt een nieuw begin in.

Amper een week later, zaterdag 25 maart. De vader van mijn lief overlijdt.

4 April 2006
By on 15:43